Alle dossiers

Werkbezoek ZLTO Goes 9 juli 2009

Datum: 15-07-2009

Werkbezoek ZLTO Goes 9 juli 2009

De vooorzitter van de ZLTO Raad Zeeland, de heer de Koeijer, verwelkomt de SGP delegatie en geeft een korte toelichting op de structuur van de ZLTO afdelingen in Zeeland. Hij gaat in op de ontwikkelingen zowel in de akkerbouw als de veeteelt. Een jaar geleden waren de prijzen in de agrarische sector goed. Dit jaar is het minder. Voor de veehouderij zijn de prijzen diep triest, vergeleken met de consumentenprijs. De ZLTO is betrokken bij projecten die gericht zijn op aquacultuur. Theoretische proeven zijn weerbarstiger dan de praktijk. Aquacultuur is vandaag nog niet economische rendabel. De ZLTO geeft haar leden het advies nog 5 jaar te wachten tot een en ander verder uitgekristalliseerd is. SGP fractievoorzitter de heer Roeland geeft aan dat de SGP in Provinciale Staten op zich voorstander is van innovatie richting zilte teelt. Een directe oplossing is er nu nog niet. Het is goed om samen de ontwikkeling door te maken. Van belang is echter ook innovatie in de primaire teelten. De heer de Koeijer geeft aan dat men met de primaire teelten meer richting precisielandbouw gaat. Via satelietbeelden kan men uitlezen op welk gedeelte van het land men meer of minder mineralen moet toepassen. In de toekomst zal het gebruik van robotten ook een rol gaan spelen. Eind 2009 zal de Provinciale verordening WRO in Provinciale Staten aan de orde komen. De heer de Regt van de ZLTO geeft aan dat heel relevant is in welke gevallen de Provincie in kan grijpen. Primair zijn de Provincie en de gemeente hierbij betrokken. Van belang is hoe gemeenten in Zeeland omgaan met bouwblokken. De ZLTO spant zich er voor in dat alle gemeenten hier gelijk mee omgaan.Centrale thema's voor de ZLTO zijn glastuinbouw, kleinschalige energie en intensieve veehouderij. De natura 2000 doelstellingen moet men beoordelen voor het gehele Deltagebied. Het zal niet bevreemden dat de ZLTO tegen 'ontpolderen' is. Wat betreft de EHS is de ZLTO het eens met een robuuste oplossing voor de natuur voor de komende generaties. De ruimteclaims van de Kaderrichtlijn Water (KR) en de natuurcompensatie betreft een optelsom. Er is wel grote onzekerheid onder de leden. Je vraagt je af of er tussen Parijs en Kopenhagen nog iets anders dan natuur belangrijk is. Natuurorganisaties kunnen niet aangeven wanneer het nu een keer genoeg is. Aan beleidsmakers geeft de ZLTO de boodschap mee dat een sterke landbouw van belang is en blijft. Wat het plan Waterdunen betreft is de ZLTO van mening dat regionaal draagvlak van groot belang is. De discussie wordt onzuiver gevoerd. De natuurbeweging wil meer natuur dan recreatie. Het economische belang wordt vermengd met kustverdediging en natuurontwikkeling. De ZLTO staat op het standpunt dat vrijwilligheid centraal moet blijven staan. Als niemand wil dan hoeft het wat de ZLTO betreft ook niet. Er moet eerst gewerkt worden aan meer draagvlak. Op een vraag van SGP Statenlid van Burg, die aangeeft dat de gedeputeerde voor Waterdunen zilte mogelijkheden ziet, geeft de ZLTO aan dat men voor dit gebied daar geen heil in ziet. Men moet nieuwe teelten concentreren in 1 gebied. Ten aanzien van het Volkerak/Zoommeer wordt opgemerkt dat een robuust systeem van zoetwatervoorziening voor de landbouw voor langer dan 5 jaar de insteek van de ZLTO is, als verzilten de oplossing is. Het natuurpakket Westerschelde blijft de gemoederen bezig houden. Alternatieven hebben geen draagvlak bij de natuurbeweging. Standpunten zijn genoegzaam bekend. De heer Roeland vraagt naar de relatie van de ZLTO met de natuurclubs. Ten aanzien van het dossier Westerschelde zijn er persoonlijke contacten, maar wel minder intensief. Dit komt door het katergevoel dat de ZLTO heeft overgehouden aan verschillende dossiers. Landelijk worden proeven gedaan waarbij natuurbeheer door boeren wordt uitgevoerd. Een andere nieuwe ontwikkeling is de opkomst van de zogenaamde 'landwinkels'. De ZLTO richt zich ook op bundeling van streekproducten teneinde deze aan grootwinkelbedrijven te leveren. Het doel van het werkbezoek van de SGP Statenfractie was om te peilen of de opvatting die de SGP ten aanzien van de agrarische sector voorstaat nog overeenstemt met opvattingen in het veld. Uit de discussie en de onderwerpen die aan de orde gesteld zijn is gebleken dat op vele punten gedachten sporen, al is het dat politieke afwegingen van een andere orde zijn dan afwegingen die een specifieke sector voor haar leden maakt. De fractie kan haar voordeel doen met de informatie die uitgewisseld is als tijdens Statenvergaderingen de sector aan de orde komt.  

 

Terug naar het overzicht