HomeNieuwsAntwoorden College op vragen over openstelling Zeeuwse musea

Antwoorden College op vragen over openstelling Zeeuwse musea

Publicatiedatum: 20 jan. 2020

In december 2019 stelden de PvdA- en de SGP-Statenfracties schriftelijke vragen aan het college van Gedeputeerde Staten in hoeverre het wenselijk is om musea in onze provincie een dag per maand gratis open te laten zijn om zo het bezoeken van een museum te stimuleren. Het Zeeuwse culturele erfgoed moet toegankelijk zijn en blijven voor alle groepen mensen, ook de minima. Op 7 januari antwoordde het College dat zij andere oplossingen zien om het cultureel erfgoed breder toegankelijk te maken. 

  1. Hebben Gedeputeerde Staten kennis genomen van de motie die door de Tweede Kamer is aangenomen met betrekking tot het één dag gratis openstellen van Rijksmusea? En zo ja, wat vinden Gedeputeerde Staten van deze motie?
    Ja, wij hebben kennis genomen van de motie. De motie leidt landelijk ook tot discussie. Zo heeft eerder onderzoek aangetoond dat gratis toegang niet leidt tot meer bezoekers, maar wel tot inkomstenderving bij de musea die dan moet worden gecompenseerd. Het door de Minister aangekondigde onderzoek wachten wij daarom met interesse af.
  2. Zijn Gedeputeerde Staten bereid om met Zeeuwse musea in gesprek te gaan om één dag per maand gratis open te gaan? Zo nee, waarom niet?
    Nee. Wij zoeken de oplossingen elders, zoals wij ook onder antwoord 3 en 4 zullen betogen. Daarbij richt de provinciale rol zich op de vijf Zeeuwse themamusea waarmee wij een subsidierelatie hebben, zoals neergelegd in de cultuurnota 2017-2020. De overige musea zijn een lokale verantwoordelijkheid. Van de vijf musea die wij ondersteunen kennen er drie op dit moment één of meerdere dagen waarop zij gratis toegankelijk zijn, één museum biedt standaard gratis toegang voor het onderwijs, en het laatste museum biedt korting gedurende een dag in het jaar.
  3. Welke mogelijkheden zien Gedeputeerde Staten om het Zeeuwse culturele erfgoed verder onder de aandacht te brengen bij de inwoners van Zeeland? Waarom denken Gedeputeerde Staten aan die initiatieven? En op welke termijn kunnen / willen Gedeputeerde Staten die initiatieven realiseren?
    Wij werken aan vergroting van het publieksbereik door de Zeeuwse erfgoedlijnen, de cultuurbus, en het ontwikkelen van programma’s voor het onderwijs. In het kader van de ‘Zeeuwse Ankers’ worden collecties gedigitaliseerd, routes ontwikkeld, en een jaarlijkse Erfgoeddag in het landschap georganiseerd. Ook wordt ingezet op het actiever verbinden van archeologie met het onderwijs (archeoloog in de klas) en het vergroten van de beleefbaarheid in het landschap. Met de cultuurbus willen wij culturele voorzieningen binnen en buiten Zeeland beter bereikbaar maken voor jongeren in het primair- en voortgezet onderwijs. Verder wordt op dit moment het programma ‘Reizen in de tijd’ ontwikkeld, dat gericht is op het beter verbinden van het primair onderwijs met de Zeeuwse musea. Daarbij worden leeftijdsspecifieke lesprogramma’s ontwikkeld in samenwerking tussen de scholen en musea. Voor het voortgezet- en hoger onderwijs biedt het programma van HZ-cult toegang tot musea, voorzien van een inhoudelijk voorbereiding in de klas.
  4. Als een gratis dag om musea te bezoeken misschien niet direct nieuw publiek trekt, op welke andere wijze kan nieuw publiek worden aangetrokken voor cultureel erfgoed en musea? De provincie verzorgt al de mogelijkheid om jongeren met musea te laten kennismaken, bijvoorbeeld via de cultuurbus. Hoe groot is de belangstelling hiervoor en hoe kan nog meer bekendheid hieraan gegeven worden?
    De vijf musea met een provinciale subsidierelatie vragen wij om actief op zoek te gaan naar nieuw publiek. Wij nemen dit ook op in de prestatieafspraken. Verdere initiatieven zijn genoemd bij beantwoording van vraag 3. 
    De cultuurbus is nog maar kort van start gegaan. In het lopende schooljaar zijn er 135 ritten gemaakt, dan wel ingepland tot en met juni 2020. Hiervan is de helft bestemd voor museumbezoek met een bereik van ca. 2200 kinderen. Via de koepels van primair en voortgezet onderwijs worden scholen actief benaderd door Stichting Cultuurkwadraat die de regeling uitvoert.

De SGP kan zich vinden in de antwoorden van het College om museumbezoek op andere wijze te stimuleren. Bijvoorbeeld door met de cultuurbus leerlingen van het basisonderwijs, de onderbouw van vmbo, havo en vwo een museum te laten bezoeken. De eerste ervaringen met de cultuurbus zijn positief. Dit schooljaar worden 135 busritten gemaakt naar diverse musea in Zeeland. De SGP-fractie steunt dit project, omdat de kosten voor busvervoer de grootste drempel vormen voor scholen om musea en andere culturele activiteiten in de eigen omgeving te kunnen bezoeken.