HomeNieuwsInfrastructuur en het belang van goed rentmeesterschap

Infrastructuur en het belang van goed rentmeesterschap

Publicatiedatum: 2 mrt. 2018

Goed rentmeesterschap is voor de SGP het belangrijkste uitgangspunt om tijdens de Provinciale Statenvergadering van vrijdag 2 maart 2018 in te stemmen met het Beheerkader infrastructuur provincie Zeeland. Met dit beheerkader moeten de provinciale (vaar)wegen in stand worden gehouden. Voor onze fractie is het van groot belang dat de kwaliteit bewaakt wordt.

Terminologie
Voorheen gold niveau R als voldoende voor de kwaliteit. Vanaf nu wordt gesproken over de termen ‘basis’ en ‘ambitie’. Het basisniveau vormt de ondergrens, het minimale niveau waaraan de infrastructuur dient te voldoen volgens de wet- en regelgeving. Daarbovenop worden in verschillende beleidsplannen extra doelstellingen opgenomen (ambities). Deze termen geven een duidelijk kader aan, omdat de provincie moet voldoen aan de richtlijnen van het CROW (minimaal niveau volgens wet- en regelgeving). De SGP vindt het van belang dat onze fietspaden, wegen en bruggen in goede staat worden onderhouden.

Ambitievoorstellen
De SGP-fractie gaat ervan uit dat Gedeputeerde Staten bij de behandeling van de Voorjaarsnota met voorstellen komen waarin wordt aangegeven welke zaken de provincie op ambitieniveau wil realiseren. We denken dan aan zaken als doorstroming, milieu en leefbaarheid. Tevens is de SGP benieuwd uit welk ander beleidsprogramma deze voorstellen dan worden gefinancierd. De fractie realiseert zich dat veel zaken onder uitvoering vallen en dus in handen van Gedeputeerde Staten liggen. Echter, als er bovenop de basis nog extra’s uitgevoerd worden, dan moeten Provinciale Staten zich daarover uit kunnen spreken.

Verhogen motorrijtuigenbelasting
Voor het onderhoud van wegen, bruggen en fietspaden komt de provincie de komende jaren geld tekort om deze op het wettelijk vereiste niveau te kunnen onderhouden. Daarom ziet de SGP dan ook geen andere mogelijkheid, gelet ook op de zwakke financiële positie van de provincie, om de opcenten van de motorrijtuigenbelasting tijdelijk te verhogen. Het definitieve besluit hierover volgt over een paar maanden.
De provincie Zeeland wordt tot 2021 jaarlijks €10 miljoen gekort op de uitkering uit het Provinciefonds (€30 miljoen in totaal), omdat er vanuit wordt gegaan dat Zeeland dividend van energiebedrijf PZEM (Delta) ontvangt. Dat is echter al jaren niet meer het geval. De commissie Jansen heeft onderzoek naar deze situatie gedaan en komt tot de conclusie dat er sprake is van een ‘weeffout’ in de verdeling van rijksgeld over de provincies. De commissie heeft de aanbeveling gedaan om in de periode 2018-2021 jaarlijks €6,7 miljoen (€20 miljoen in totaal) extra uit het Provinciefonds uit te keren aan Zeeland. De andere provincies moeten dus iets inleveren en zijn daartoe bereid onder de voorwaarde dat Zeeland zelf ook extra inkomsten (€10 miljoen) genereert door het verhogen van de opcenten. De SGP is tegen het verhogen van de opcenten, maar als we met deze maatregel de ‘weeffout’ kunnen compenseren en €20 miljoen extra uit het Provinciefonds ontvangen, dan kunnen we hier eigenlijk geen nee op zeggen. Statenlid Van den Berge: ''Wij vinden het essentieel dat de €10 miljoen die wordt verkregen uit het verhogen van de motorrijtuigenbelasting, dan wordt ingezet om de kwaliteit van de infrastructuur te verbeteren. Daardoor werkt de extra belasting voor de automobilist door naar een extra inzet voor beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur.''